Theater in een Training – Wat kan een trainer leren van theater?


Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is audience-auditorium-back-view-713149-1024x768.jpgDe lichten staan aan, iedereen zit op zijn plek en kijkt verwachtingsvol naar jou. Jij ziet een groep mensen voor je waarvan je hoopt dat ze met een goed gevoel naar huis gaan. De aandacht is volledig op jou gericht. Is deze omschrijving vanuit het perspectief van een acteur geschreven of dat van een trainer? Het verschilt niet heel veel. Er is zelfs veel overlap in de twee disciplines! Wat zou je als trainer kunnen leren van theater?

De verschillen

Eerst meer even de duidelijke verschillen tussen theater en een training of workshop. Uiteraard zijn de verwachtingen bij de verschillende situaties anders. Een persoon in het publiek van een theatervoorstelling verwacht niet dat hij/zij ook tijdens het stuk mee moet doen. Alhoewel er soms (tot grote schrik van sommigen) een interactief gedeelte in een voorstelling kan zijn. Bij een training is juist wenselijk dat de deelnemers actief bezig zijn met de materie.
Ook wordt niet verwacht dat publiek in een theater de acties die op het podium worden uitgevoerd zelf ook uit te voeren. Shakespeare’s Macbeth als een training over constructief probleem oplossen lijkt me niet zo’n goed idee.

Wat ze wel gemeen hebben is dat de acteur en trainer beiden met groepen te maken hebben, de focus op hun gericht is en dat zij de toehoorder iets willen meegeven. Dat kan een gevoel, gedachte of houding zijn. Laten we nu eens verder kijken naar welke momenten van theater er in een training (kunnen) zitten.

Rollenspel

Een heel duidelijk en herkenbaar voorbeeld van theater tijdens een training is het rollenspel. Tijdens een rollenspel wordt een situatie uit de praktijk nagespeeld. Het mooie aan een rollenspel is dat je kan spelen met tijd. Je kan het terugspoelen en de deelnemer vragen de situatie nogmaals te spelen, maar deze keer op een andere manier. Of je kan juist vooruit gaan in de tijd. “We zijn nu een week later en je collega heeft zich toch niet aan de gemaakte afspraak gehouden…” Deze vrijheid biedt volop ruimte om te experimenteren met verschillende (gespreks)technieken!

Het spelen van een rol bij een rollenspel is hetzelfde als een rol in een toneelstuk. Je wordt iemand anders. Je reageert dus in spel zoals je personage zal doen. Hiervoor hoort een goede voorbereiding. Als trainer is het belangrijk om je net zo in te leven als een acteur zou doen.

Vragen die je als trainer helder moet hebben vooraf aan een rollenspel:

– Wat is karakteristiek aan de rol?
– Wat zou zo’n persoon absoluut wel of niet doen?
– Wat vindt je personage belangrijk?


Het rollenspel is bedoeld als middel om te leren. Denk dan ook na over de volgende vragen om het proces zo leerzaam mogelijk te maken:

– Wat is het doel van het rollenspel?
– Welke rol zal leerzaam zijn voor je deelnemer?
– Hoe lang kan het spel duren?

De trainer als regisseur

Bij toneelrepetities is het heel gebruikelijk dat buiten het podium aanwijzingen worden gegeven. Dit doet meestal een regisseur. De regisseur heeft het geheel van een toneelstuk in gedachte en weet dus welke aanwijzing voor een speler nodig is om het uiteindelijk resultaat te behalen. Een goede regisseur zal een acteur voldoende informatie meegeven, zodat de acteur er zelf invulling aan kan geven. Natuurlijk kan de aanwijzing heel concreet zijn (“Ga links op het podium staan en daarna loop je naar het midden”). Veelal zijn het aanwijzingen die coachend worden gebracht. Bijvoorbeeld de aanwijzing “wat doet het met je als je tegenspeler tegen je zegt dat ze niet meer van je houdt?” geeft veel ruimte aan een acteur om zelf te ontdekken welk antwoord daarvoor passend is. Bovendien wordt creativiteit aangeboord en het oplossend vermogen.

Trainers mogen wel wat vaker zo’n regisseur zijn. Je hebt, net als een regisseur het overzicht van je training en je weet waar je je deelnemer aan het eind van de training wil hebben. Vooraf heb je namelijk doelen opgesteld van wat een deelnemer na afloop moet weten, snappen en kunnen.
Door op een open manier een deelnemer bij te sturen, geef je ruimte dat de deelnemer om zelf met een oplossing kan komen. Deze coachende manier van aansturen is meer effectief dan feitelijk vertellen wat iemand moet doen. Net als de acteur, moet een deelnemer zelf gaan ervaren en zal het daardoor de oplossing beter onthouden en kunnen toepassen.
Bij (praktijk)opdrachten in trainingen kan je dit doen door te vragen aan deelnemers te stellen als:

“Op welke manier zou JIJ dit aanpakken?”
“Welk gevoel heb je hierbij?”
“Wat zorgde ervoor dat het wel/niet werkte?”
“Wat gebeurde er?”
“Welke manier zou nog meer mogelijk zijn?”

Improvisatietheater tijdens trainingen

Een andere discipline binnen de podiumkunsten is die van de improvisatietheater. Toneelspelers die niets voorbereiden en theater in het moment maken. Vaak komen daar de meest wonderlijke verhalen uit. Het publiek wordt bijvoorbeeld om een emotie gevraagd (verliefd) en een beroep (advocaat). Vervolgens wordt dit door de acteurs uitgespeeld. Bijvoorbeeld een advocaat die verliefd is op de rechter en dat heel slecht kan verbergen, waardoor zijn cliënt hardop afvraagt of hij wel een goede advocaat in de arm heeft genomen. Er zijn oneindig veel mogelijkheden om met de input van het publiek aan de slag te gaan! Vaak grappig, maar zeker ook ontroerende scenes kunnen ontstaan uit het niets.

Het lijkt zo knap wat die acteurs doen (en dat is het ook!), maar helemaal onvoorbereid zijn ze natuurlijk niet. Heel veel energizers die trainers gebruiken worden ook gebruikt bij improvisatietheater. Het doen van een energizer is dus al een vorm van acteren!
Verder zijn er een aantal regels waar een improvisatieacteur zich aan houdt. Deze regels kan je als trainer ook gebruiken.

Accepteer en laat de ander stralen

Ten eerste is er de gouden regel van het accepteren. Een impro-acteur zal zelden ‘nee’ zeggen. Het aanbod dat wordt gegeven wordt vaak overgenomen en extra materiaal wordt daaraan toegevoegd. Wanneer iemand op het podium zegt “kijk! Daar vliegt een giraffe!”, dan wordt dat door de andere speler geaccepteerd: “inderdaad en daar achteraan vliegt de dierenverzorger!”. Door het aanbod verder uit te breiden, breng je het verhaal verder.
De tweede regel die altijd wordt gehanteerd is “laat de ander stralen”. Theater maak je samen met anderen. Het geheel wordt beter wanneer je de ander laat stralen op een podium. De energie die het geeft wanneer je de ander nog mooier laat spelen, straalt op de rest van de groep en het publiek. En dit is ook wat het publiek wil zien! Een groep dat samenspeelt is altijd veel mooier om naar te kijken dan individuen die strijden om aandacht.

In trainingen kan je deze regels bijvoorbeeld toepassen bij input die je van deelnemers krijgt. Maar al te vaak zie ik trainers die een opmerking van een deelnemer beantwoorden met “nee, dat is niet zo”. Vervolgens legt de trainer het juiste antwoord uit, waaruit blijkt dat de deelnemer het slechts voor een kleine gedeelte incorrect had. Hier voel ik vaak de strijd om aandacht van de trainer van het publiek, de deelnemers. “Ik alleen weet het antwoord, want ik ben de trainer” hoor ik een trainer soms denken.

Denk eens als trainer mee met de deelnemer en vul iemands opmerking aan in plaats van er tegenin te gaan. Zo accepteer je iemands input en waardeer je iemands bijdrage. De deelnemer een bijdrage kunnen leveren aan de training. Dat is een meer positievere en stimulerende benadering. Een training geven doe je samen met je deelnemers. Laat ze stralen, dan zal je merken dat je zelf ook gaat stralen!


Sta jij zelf voor de groep ? Bijvoorbeeld met een workshop, training of teamsessie? Wil je weten hoe jouw groepsbijeenkomst meer verdieping kan bieden? Psydos helpt je met coaching zodat jij goed voorbereid voor de groep kan staan. Kijk ook eens bij onze gratis Frisse Bliksessie om gewoon wat van gedachte te wisselen!